The League Project begon in 2016. Daardoor is er best wel een aantal iconische stadions uit het verleden van het Engelse voetbal die wij niet meer hebben kunnen bewonderen. Niet zelden kwamen er veredelde IKEA-bouwpakketten op verlaten industrieterreinen voor in de plaats. Dat doet niets af aan de charme van ons project, maar jammer is het soms wel. In het pittoreske York waren we nog net op tijd. Bootham Crescent was een must-see voor groundhoppers en wij hebben dit pareltje nog net voor de sloop kunnen bezichtigen.
De dag begon al onrustig. Nog voordat we goed en wel onderweg waren liet Sebastiaan meerdere windjes ontsnappen, iets waar Bart met zijn brakke hoofd zichtbaar slecht tegen kon. Na herhaaldelijk waarschuwen dat dit zo niet langer ging, zette Bart de auto langs de kant van de weg en weigerde hij resoluut verder te rijden. Arjon probeerde het conflict nog te sussen en de gemoederen te bedaren, maar Bart bleef standvastig. Pas na enig aandringen en de belofte dat de ramen open zouden blijven, besloot hij uiteindelijk de rit te hervatten.




Nadat Bart het eerste slachtoffer van de rit was geweest, verschoof de ellende gaandeweg naar Sebastiaan. Het feit dat hij ongelooflijk nodig naar het toilet moest, terwijl wij in een rijdende auto zaten, is een verhaal dat nog steeds elke trip minstens één keer uit de kast wordt gehaald. Rood aangelopen, zwetend en creperend op de achterbank was het voor Sebastiaan niet meer uit te houden. Het feit dat chauffeur Bart alleen maar langzamer ging rijden kwam zijn gemoedstoestand niet ten goede. De hilariteit bij Bart en Arjon nam juist evenredig toe. Na een online zoektocht vonden we een koffiezaak van Costa. Zij zouden vast wel een toilet hebben. We hadden alleen niet gerealiseerd dat de koffiezaak zich in het plaatselijke ziekenhuis bevond. Terwijl Bart tergend langzaam het parkeerterrein op reed en besloot om zo ver mogelijk van de ingang de auto stil te zetten, hield Sebastiaan het niet meer uit en opende hij al rijdend het portier om half hollend en flink strompelend zich naar de ingang te begeven. Het behoeft geen betoog dat hij erg opgelucht weer tevoorschijn kwam.



Het was nog maar een klein stukje naar het stadion van York City. De club kende z’n grootste succes in het begin van de jaren ’70. In 1970 kwamen ze nog uit op het vierde niveau, maar vijf jaar later kwamen ze uit op het tweede niveau. Het verblijf was van korte duur. Eigenlijk hoort de club thuis op het derde of vierde niveau, maar los van een korte opleving in 2013 speelt de club deze eeuw vooral op het vijfde of zelfs zesde niveau. Ten tijde van ons bezoek behaalde de club hun slechtste eindpositie ooit sinds de oprichting in 1922.





Tien jaar na hun oprichting betrokken zij het destijds net nieuw gebouwde Bootham Crescent. Uiteraard zijn er de nodige verbouwingen geweest en is er ook een nieuwe tribune gekomen, maar het stadion ademt nostalgie uit. Vooral de hoofdtribune is een bijzondere. Vanaf de buitenkant lijkt het alsof de Rotterdamse kubuswoningen model hebben gestaan voor de verscheidenheid aan kantoren, kleedkamers, ticket-loketten en hospitality-suites. Als je zegt dat het volk van Laaf daar woont, geloof je het ook.
Eigenlijk was de ground gesloten vanwege een aankomende rugby-wedstrijd, maar we mochten van de vriendelijke bewaker toch even snel langs de “Main Stand” naar het veld lopen. Daar konden we ook de grote overhang bewonderen van de hoofdtribune, die verder elk moment uit elkaar leek te kunnen vallen.
Het is logisch dat York City hier niet langer kon voetballen, maar als ervaren stadionswaffelaars waren we hier echt wel op de juiste plek.

#67 York City, Bootham Crescent. Check!
